Hoogsensitief communiceren

Wanneer:
29 oktober 2019 @ 19:30 – 21:30
2019-10-29T19:30:00+01:00
2019-10-29T21:30:00+01:00
Kosten:
€45,- voor drie keer
Contact:
Hans Lemmens
0641456760

Workshop Hoogsensitief communiceren
Door Hans Lemmens

Communiceren
Er wordt heel wat gecommuniceerd tegenwoordig. Dit wordt onder andere duidelijk aan de enorme rol die de communicatiemedia spelen. De meeste mensen praten niet alleen met hun medemensen maar beantwoorden ook de hele dag mailtjes en appjes. Terwijl ondertussen nogal eens de radio of de televisie aan staat. En terwijl hun brievenbussen worden gevuld met reclameblaadjes en huis-aan-huis-krantjes. Enorm is verder de hoeveelheid informatie die wordt gezocht op het internet of die via het internet wordt verspreid. Communicatie neemt een aanzienlijk deel van onze dagen in beslag.

Gemeenschappelijkheid
Communiceren wordt in onze tijd voornamelijk opgevat als informatie overbrengen. In ieder geval is dit wat al die communicatiemedia doen. Vroeger lag dit ietwat anders.
Het woord ‘communiceren’ is gebaseerd op het Latijnse ‘communis’, dat ‘gemeenschappelijk’ betekent. Als er bijvoorbeeld werd gesproken van ‘communicerende vaten’ werd bedoeld dat er tussen deze vaten een directe verbinding bestond en dat hun vloeistof dus gemeenschappelijk was. Communiceren betekende oorspronkelijk dan ook ‘iets gemeenschappelijk maken’. Vandaaruit kreeg het de betekenis van ‘mededelen’. Dit gemeenschappelijke is echter op de achtergrond geraakt, ter wille van het informatieaspect.

Bij de normale communicatie, die ik geneigd ben met een tenniswedstrijd te vergelijken, wordt de bal van de informatie in het veld van de ander geslagen en probeert de ander deze terug te slaan. In feite is hier geen sprake van gemeenschappelijkheid. Ieder heeft zijn eigen veld.

Het kan ook anders. Als twee personen zich op elkaar afstemmen ontstaat er namelijk een tussenruimte tussen hen in, die voor beiden gemeenschappelijk is. Op deze tussenruimte oriënteren ze zich met hun uitspraken of andere uitingen, en daardoor voeden ze die ruimte, laden ze hem op. Zo scheppen ze een steeds rijkere gemeenschappelijkheid, waaruit zij beiden kunnen putten.

In de afzonderlijke personen is het gemeenschappelijke niet te vinden. In de ruimte tussen hen in echter groeit al communicerende een derde element, waarin wel gemeenschappelijkheid bestaat. Onze taal speelt hierop in door de uitdrukking: ‘iets in het midden brengen’. Het kan via woorden, wat ook de gebruikelijke manier is. Het kan net zo goed via non-verbale uitingen.

Non-verbale communicatie
Woorden zijn geschikt om informatie over te brengen, want ze hebben min of meer duidelijke betekenissen. Maar ze hebben ook een klankaspect, een ritmisch aspect en een beeldaspect, waardoor het betekenisaspect een bepaalde kleuring krijgt. Op die aspecten berust bijvoorbeeld de poëzie. Of de taal van de liefde.

Maar er is nog iets anders dat bij communicatie een rol speelt, iets wat in feite aan de woorden voorafgaat. Dat is de intentie waarmee ze worden uitgesproken, en die zich vaak manifesteert via de gebaren waarmee het praten gepaard gaat. Verder zijn er de ruimtelijke omstandigheden waarbinnen gesproken wordt.

Woorden komen niet kant en klaar uit de mond rollen. Ze worden gevormd vanuit een intentie, ze zijn de concretisering van iets wat, nog non-verbaal, in de persoon leeft. Doordat ze worden uitgesproken wordt dat iets min of meer omlijnd. Op een bepaalde manier zijn woorden het zichtbare topje van de ijsberg, waaronder zich die hele grote rest van de ijsberg bevindt. Die rest is de non-verbale kant van het gesprek.

Natuurlijk kan er ook non-verbale communicatie bestaan zonder dat er woorden worden gebruikt. Wij oriënteren ons bij ons communiceren bijna uitsluitend op het verbale vlak. Wat er ondertussen gebeurt op het non-verbale vlak zijn wij geneigd te negeren, dat blijft meestal onbewust. Wij oriënteren ons op het mentale, dat met het informatieaspect samenhangt, terwijl het non-verbale veel meer een lichamelijk karakter heeft. Maar met woorden kun je heel gemakkelijk liegen, iets wat met non-verbale communicatie eigenlijk niet mogelijk is.

Het lichaam kan niet liegen. Natuurlijk kun je je best doen om je natuurlijke lichamelijke signalen te maskeren. Er bestaan zelfs trainingen om dit te oefenen, die populair schijnen te zijn onder politici. Maar voor een geoefende blik blijft je intentie zichtbaar.

Op het non-verbale vlak bestaat meer ruimte voor het subtiele, genuanceerde, sensitieve en energetische. Waarbij ik met ‘energetisch’ bedoel: ‘datgene wat je als kwaliteit beleeft aan de wereld wanneer je er sensitief mee omgaat.’ Energetisch staat voor mij tegenover materieel. Het materiële, dat is het feitelijke, stoffelijke. Dat is het wat. Het energetische is de manier waarop, de kwaliteit. Het hoe.

Hooggevoelig communiceren
Als een gesprek diepgaand is berust die diepte niet op de woorden als zodanig maar op de beleving die middels de woorden omlijnd en uitgewisseld wordt. Voorwaarde voor deze diepte is een sensitief contact, waarbij het non-verbale een belangrijke rol speelt. Zoals ook is waar te nemen als mensen in een diepgaand gesprek verwikkeld zijn. Welnu, hooggevoelige mensen communiceren al vanzelf vanuit deze diepte en deze sensitiviteit.
Waar zij vaak echter moeite mee hebben is het bij zichzelf blijven in het contact. Ze zijn zo open voor hun omgeving dat ze gemakkelijk met die omgeving vervloeien. Aan de andere kant kunnen ze, om dit vervloeien te compenseren, juist proberen de ander te bepalen.

Communiceren via de tussenruimte
Zoals we al zagen ligt het gemeenschappelijke dat twee mensen hebben niet in een van beiden maar tussen hen in. Maak je gebruik van die tussenruimte bij het communiceren, dan kan de communicatie sensitief zijn, terwijl zowel het vervloeien als het bepalen wordt vermeden. Het gaat als volgt.
Twee personen zitten tegenover elkaar, met een ruimte tussen hen in. Persoon A brengt iets in in die tussenruimte. Het kan met voorwerpen, of met woorden, of met bewegingen. (Van tevoren wordt gekozen welke van deze drie uitingsvormen gebruikt zal worden.) Persoon B laat deze inbreng op zich inwerken, zonder oordeel, puur vanuit de beleving. Vanuit deze beleving reageert persoon B nu op de uiting van persoon A, door op zijn of haar beurt iets ‘in het midden’ te brengen, er zorg voor dragend dat hij of zij de uiting van de ander overeind laat en niet doorkruist. Nu reageert persoon A op de uiting van persoon B, en zo verder, totdat de communicatie een natuurlijke afronding bereikt. Als het goed gaat is dit een creatief proces, waaruit iets onverwachts ontstaat.
Ondertussen is een derde persoon de observator. Bij de nabespreking brengen niet alleen beide deelnemers maar ook de observator hun belevingen in. Dan kan ook gekeken worden waar het proces goed verliep en waar het eventueel beter had gekund.

Plezier
De verruiming van de communicatie die op deze manier bewerkstelligd wordt brengt vaak losheid en plezier met zich mee.